Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 117 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.

29 HR 7 mei 1993, NJ 1993, 657 m.nt. HER en ThWvV, rov. 3.5.1 - 3.6; HR 9 februari 1990, NJ 1990, 352, rov. 3. Uit deze rechtspraak maak ik op dat er een zekere marge is waarbinnen de rechters van de feitelijke instanties vrij zijn in de waardering van werkzaamheden als al-dan-niet betrekking hebbend op voorbereiding van gedingstukken en instructie van de zaak waarvoor die gedingstukken dienen; maar dat die marge een beperkte is, en dat in twijfelgevallen een draagkrachtige motivering verlangd wordt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 56622 tot 57141.