Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
7) Zoals uit de hiervóór besproken feiten blijkt, gaat het in deze zaak om (buitengerechtelijke) kosten die krachtens een contractueel beding - in dit geval een beding, opgenomen in een CAO - verschuldigd (zouden) zijn. Het is, op zichzelf, geoorloofd om over dergelijke kosten contractuele verplichtingen te bedingen, met dien verstande dat de rechter de vrijheid heeft de op die manier tot stand gekomen verplichtingen te matigen(9). Die vrijheid blijkt uit art. 242 Rv., inhoudelijk gelijk aan het vóór 1 januari 2002 geldende art. 57ab Rv. Al uit de tekst van de bepaling(en) blijkt dat zowel bedingen betreffende (eigenlijke) buitengerechtelijke kosten als bedingen betreffende proceskosten geoorloofd zijn, zij het dat beide aan de bij deze bepaling(en) voorziene rechterlijke matiging blootstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 10206 tot 11026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256