Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.

Daarbij is dan nog in aanmerking te nemen, dat het rapport het standpunt inneemt dat verrichtingen voorafgaand aan het geding in de regel worden gezien als voorbereiding van het geding en instructie van de zaak (en dus als werkzaamheden waarvoor de "eigenlijke" proceskosten, en niet als "buitengerechtelijk" aan te merken kosten, aan de debiteur (mogen) worden opgelegd). Dat is pas anders als er meer is gedaan dan "een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een - niet aanvaard - schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier"(15). De hiervóór geciteerde aanbeveling moet dus zo worden begrepen, dat er méér moet worden gesteld of bewezen dan de in het zojuist gegeven citaat omschreven werkzaamheden, wil er "überhaupt" aanspraak op bedongen buitengerechtelijke kosten gemaakt mogen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 14846 tot 15752.