Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
Laat ik beginnen met deze vaststelling: de in het rapport "Voor-werk II" en door de rechtbank gekozen benadering komt er op neer dat aan een incassobeding, voorzover dat ertoe strekt dat de crediteur méér vordert dan - eventueel forfaitair vastgestelde(17) - werkelijk gemaakte kosten, ieder nuttig effect komt te ontvallen. Het rapport "Voor-werk II" is in dat opzicht dan ook duidelijk: het verdient aanbeveling het verschil tussen geconvenieerde en niet-geconvenieerde buitengerechtelijke kosten zo veel mogelijk te elimineren (par. 8.7); en door de gegeven aanbeveling is de schuldeiser (die over een incassobeding beschikt) in dezelfde positie als de schuldeiser die zonder beding bedoelde kosten als vermogensschade vordert (par. 8.6, slot).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 20399 tot 21161.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256