Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
Moet men nu, algemeen gesproken, aannemen dat een incassobeding dat de zojuist omschreven strekking heeft onredelijk is? Ik zou menen van niet. Het streven om de kosten van wanbetaling af te wentelen op diegenen onder de wanbetalers waarbij verhaal mogelijk blijkt, lijkt mij niet persé verwerpelijk (natuurlijk kan een beding van die strekking exorbitant zijn, maar dat dat generiek en onder alle omstandigheden het geval is lijkt mij niet vol te houden)(19). En de gedachte dat men met een (niet-exorbitant) beding dat (mede) een poenale strekking heeft, zijn debiteuren tot naleving van hun verplichtingen mag aansporen, is door de wet in de art. 6:91 t/m 94 BW expliciet gelegitimeerd (zij het met niet-onaanzienlijke clausuleringen). Het valt al daarom niet aan te nemen dat een dergelijk beding als het om incassokosten gaat, persé als onredelijk zou moeten worden aangemerkt(20).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 22667 tot 23568.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256