Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.

17) Duidelijk is intussen wel dat de wetgever de enigszins marginale benadering die uit, bijvoorbeeld, art. 6:109 BW naar voren komt, in dit verband afwijst. Dat blijkt o.a. uit de bespreking, in de MvA II Inv (t.a.p. p. 42), van de verhouding tussen de voorgestelde regel en de regel die inmiddels in art 6:109 BW verankerd is. Daar wordt gesteld dat art 6:109 in verband met het voorgestelde art. 57ab Rv. geen rol speelt. "Dat artikel (d.i. art 6:109 BW, noot A-G) geeft immers slechts de mogelijkheid om in uitzonderingsgevallen aan de hand van omstandigheden als daar bedoeld de schadevergoeding te matigen, omdat toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het ligt niet voor de hand om de laatste, slechts voor extreme gevallen bedoelde matigingsbevoegdheid ook toe te passen op een afzonderlijke, in verhouding tot de totale schade geringe post als die betreffende buitengerechtelijke kosten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 26046 tot 27008.