Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
18) De hier verdedigde opvatting vindt ook, zij het zijdelings, steun in de rechtspraak van de Hoge Raad. Steun meen ik in de eerste plaats te vinden in het ook van de kant van de Stichtingen benadrukte arrest HR 28 januari 2000, NJ 2000, 256, rov. 4.3. Deze zaak betreft overigens het (proces)recht van de Nederlandse Antillen, waarin destijds geen regel bestond zoals die van art. 242 Rv./57ab Rv. (oud). Het arrest stelt echter voorop dat de rechter ook naar het toenmalige Antilliaanse recht een ambtshalve toe te passen matigingsbevoegdheid terzake van bedongen incassokosten heeft; en vervolgt met de vaststelling dat een beslissing tot matiging het niet kan stellen zonder een - naar in de rede ligt: draagkrachtige - motivering. Motivering van de beslissing tot matiging heeft alleen zin wanneer men ervan uitgaat dat de rechter niet in onbeperkte mate vrij is in zijn oordeel (anders zou met de nietszeggende motivering dat matiging "in de gegeven omstandigheden aangewezen is" kunnen worden volstaan. Dat lijkt niet met de in dit arrest tot uitdrukking komende bedoelingen te stroken.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 27274 tot 28384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256