Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.

Ook als de matigingsbevoegdheid van de rechter ingevolge art. 242 Rv./ art. 57ab Rv. (oud) ruimer zou zijn dan hiervóór voor juist werd gehouden, blijft immers gelden dat de beide bepalingen als de ondergrens waartoe de rechter matiging kan toepassen aanwijzen: de overeenkomstig de wet te liquideren proceskosten, vermeerderd met de ingevolge art 6:96 BW verschuldigde kosten. Een onjuiste beoordeling van wat onder de titel van proceskosten resp. van kosten als bedoeld in art 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komt, leidt tot onjuiste vaststelling van de ondergrens uit de art. 242 Rv./ 57ab Rv. (oud); en als de rechter beoogt om tot die ondergrens te matigen - zoals de rechtbank klaarblijkelijk bedoeld heeft te doen - wordt een met de wet strijdige uitkomst verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 33264 tot 34058.