Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
Daarbij misken ik niet dat, zeker als de pre-processuele fase en de processuele fase door dezelfde persoon of organisatie worden behandeld, er "overlap" tussen de in beide fasen gemaakte kosten kan bestaan. Aanleg van een dossier en het daarvoor noodzakelijke onderzoek hoeft maar één keer te gebeuren, en de opstelling van de dagvaarding wordt vergemakkelijkt als er al een geordend dossier klaarligt, zodat de kosten daarvan geringer zijn dan wanneer de opsteller van voren af aan moet beginnen. Maar dat lijken mij geen doorslaggevende redenen om kosten die, ware er geen procedure gevolgd, als buitengerechtelijke kosten waren aangemerkt, opeens anders te (gaan) beoordelen als - bij uitzondering - blijkt dat er wel een procedure moet volgen. Bovendien spreekt het bepaald niet vanzelf dat de zoëven beschreven "overlap" zich (altijd) voordoet. In die gevallen waarin een dossier na vergeefse aanmaningen wordt overgedragen aan een opvolgende bewerker om de alsdan nodig blijkende procedure te voeren, brengt de overdracht en het "inlezen" van de nieuwe bewerker werkzaamheden, en dus kosten, mee die niet wezenlijk verschillen van de werkzaamheden die altijd moeten plaatsvinden als er met een procedure moet worden begonnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 36129 tot 37377.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256