Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
Ik meen dat de praktijk in het thans te beoordelen geval een legitieme behoefte heeft aan een eenvoudig te hanteren vuistregel - in zoverre onderschrijf ik graag het streven naar eenvoud en uniformering waarop het rapport "Voor-werk II" gericht is. Die vuistregel zou dan echter, volgens mij, moeten zijn dat werkzaamheden in verband met contacten voorafgaand aan een procedure, waaronder aanmaningen/sommaties, althans in gevallen waarin niet bij voorbaat vaststaat dat er een procedure zal volgen, niet tot de onder de proceskosten "inbegrepen" werkzaamheden mogen worden gerekend - waarbij het in HR 9 februari 1990, NJ 1990, 352 beoordeelde grensgeval (het ging daar om een aanmaning die in het inleidende processtuk(31) zelf vervat was) als een uitzondering mag worden aangemerkt die niet aan de hier verdedigde (vuist)regel afdoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 39637 tot 40487.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256