Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.

28) Onderdeel 3 van het middel, tenslotte, beoordeel ik als ongegrond. Ik lees in de daar aangehaalde passages uit de Memorie van Grieven niet de (feitelijke) stellingen waar dit middelonderdeel volgens mij op doelt. In die passages wordt wel bestreden dat aanmaningen e.d. rechtens als onder de in art. 56/57 Rv. (oud) bedoelde proceskosten begrepen mogen worden aangemerkt - het onderwerp van onderdeel 2 van het middel; maar daar wordt niet nader feitelijk onderbouwd waarom dergelijke werkzaamheden niet als "verrichtingen ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak" zouden mogen worden aangemerkt. Ik meen intussen, zoals in de alinea's 23 - 27 hiervóór zal zijn gebleken, dat de beoordeling door de rechtbank van dit punt niet als een overwegend feitelijke, maar als een normatieve (op basis van een m.i. te beperkte rechtsopvatting) moet worden begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 40525 tot 41424.