Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
29) Wanneer de Hoge Raad onderdeel 1 van het middel om de hiervóór verdedigde redenen als gegrond zou aanmerken zou, denk ik, afdoening van de zaak ten principale mogelijk zijn. Mede omdat [verweerder] in geen van de instanties is verschenen, bevat het dossier geen argumenten die aan toewijzing van de door de Stichtingen gevorderde buitengerechtelijke kosten kunnen worden tegengeworpen, en die na verwijzing van de zaak nog onderzocht zouden moeten worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 41463 tot 41937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256