Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7004.
Inderdaad had dit de rechtbank, volgens mij, aanleiding moeten geven om de betreffende partij niet-ontvankelijk te verklaren: het gaat hier om een door de rechter ambtshalve te beoordelen gegeven. In cassatie kan dit intussen geen rol spelen: blijkens HR 20 april 2001, NJ 2002, 392, m.nt. HJS, rov. 3.6 (zie ook alinea 2 van de noot) moeten beslissingen van de lagere rechter die in cassatie niet worden bestreden worden geëerbiedigd, ook als het gaat om een ambtshalve te beoordelen kwestie en de lagere rechter daarover een onjuiste beslissing heeft gegeven. Dat geval doet zich hier voor: de rechtbank heeft (impliciet) de tweede eiseres tot cassatie als in appel ontvankelijk beoordeeld, en die beslissing wordt weliswaar in de schriftelijke toelichting in twijfel getrokken, maar is niet in een tijdig ingebracht cassatiemiddel bestreden (zoals, bezien vanuit de positie van de Stichtingen, ook erg weinig voor de hand had gelegen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d, en de alinea staat in dat document op bytes 47259 tot 48211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8096283dbccd3f7e3959a1facaad51dacf1ca5630efd366c554996ffef6c921d | shasum -a 256