Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7005.

5. Nadat het Gerecht in Eerste Aanleg bij tussenbeschikking van 27 januari 2000 de vrouw in de gelegenheid had gesteld de stukken aan te vullen, heeft het bij tussenbeschikking van 2 maart 2000 onder meer overwogen dat het verzoek tot erkenning van de vonnissen van de Circuit Court toewijsbaar is, maar dat het verzoek om tenuitvoerlegging van deze vonnissen, voor zover zij veroordelend zijn, afstuit op het bepaalde in art. 306 Arubaans Rv (de pendant van art. 431 Ned. Rv). Waar naar het oordeel van het Gerecht aan de voorwaarden voor erkenning van de vonnissen is voldaan, heeft het Gerecht de vrouw om proces-economische redenen in de gelegenheid gesteld haar vordering aan te passen in die zin dat de vordering zal komen te luiden dat de man wordt veroordeeld tot datgene waartoe hij ook reeds bij de vonnissen van het Circuit Court is veroordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69200f47abe28fb5018831b6a107168d33bd0801c44665edd4564d3432c1e8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69200f47abe28fb5018831b6a107168d33bd0801c44665edd4564d3432c1e8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 7946 tot 8815.