Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7005.
12. Naar Nederlands internationaal privaatrecht geldt als algemeen uitgangspunt dat een vreemd vonnis voor erkenning in aanmerking komt indien is voldaan aan elk van de volgende drie voorwaarden: (a) de buitenlandse rechter was op een internationaal aanvaarde grond bevoegd om kennis te nemen van de zaak; (b) het vonnis is tot stand gekomen na een behoorlijke rechtspleging; en (c) erkenning van het vonnis is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde. Zie HR 17 mei 1991, NJ 1991, 505. Zie voorts J.P. Verheul. Erkenning en tenuitvoerlegging van vreemde vonnissen, 1989, blz. 24 e.v. en L. Strikwerda, Inleiding tot het Nederlandse Internationaal Privaatrecht, 7e dr. 2002, nr. 270, telkens met nadere rechtspraakgegevens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69200f47abe28fb5018831b6a107168d33bd0801c44665edd4564d3432c1e8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69200f47abe28fb5018831b6a107168d33bd0801c44665edd4564d3432c1e8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 12426 tot 13169.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69200f47abe28fb5018831b6a107168d33bd0801c44665edd4564d3432c1e8f4 | shasum -a 256