Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7006.
2.11 Blijkens rov. 4.4, tweede volzin, heeft het hof zich rekenschap gegeven van de omvang van de schuld van [verzoekster] aan de gemeente en van het aandeel dat deze schuld in de totale schuldenlast van [verzoekster] vormt. Waar het bedrag van de schuld aan de gemeente substantieel is en het bedrag van alle overige schulden tezamen benadert, en de schuld bovendien van recente datum(6) is, heeft het hof in het enkelvoudige karakter van de schuld kennelijk geen aanleiding gezien heen te stappen over het feit dat [verzoekster] ten aanzien van het ontstaan daarvan niet te goeder trouw heeft gehandeld. Dat oordeel is, temeer waar de betrokken schuld naar haar aard niet in éénmaal is ontstaan maar de som is van over zekere periode ten onrechte verstrekte bijstandsbedragen, niet ontoereikend gemotiveerd en evenmin onbegrijpelijk, zodat het middel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16, en de alinea staat in dat document op bytes 14086 tot 14961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16 | shasum -a 256