Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7006.

2.16 Het middel mist voorts feitelijke grondslag, waar het hof de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster], in het bijzonder de met haar echtscheiding samenhangende huisvestingsproblemen (rov. 4.4, vierde volzin), en haar spijtbetuiging (rov. 4.4, zesde volzin) wel degelijk in zijn overwegingen heeft betrokken, maar daarin geen aanleiding heeft gezien om (met voorbijgaan aan het feit dat [verzoekster] niet te goeder trouw is geweest, toch) toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. In het licht van hetgeen het hof overigens met betrekking tot het ontstaan van de schuld aan de gemeente, de absolute en relatieve omvang van die schuld en het recente karakter daarvan heeft vastgesteld, is het oordeel van het hof niet onvoldoende gemotiveerd en evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16, en de alinea staat in dat document op bytes 18481 tot 19287.