Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7006.

Voorts mist het middel feitelijke grondslag, voor zover het ervan uitgaat dat het hof [verzoekster] slechts vanwege een fout niet te goeder trouw zou hebben geacht. Het hof heeft vastgesteld dat [verzoekster] haar inkomsten uit arbeid bewust niet aan de gemeente heeft opgegeven en heeft in dat verband (in rov. 4.4, vijfde volzin) van bijstandsfraude gesproken. Dat in zoverre sprake is van een schuld bij het ontstaan waarvan de schuldenaar niet te goeder trouw is geweest, lijdt op grond van de wetsgeschiedenis geen twijfel: de memorie van antwoord(10) noemt met zoveel woorden het voorbeeld van financiële problemen als gevolg van terugvorderingsacties ter zake van door toedoen van de schuldenaar ten onrechte verstrekte bijstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16, en de alinea staat in dat document op bytes 19966 tot 20716.