Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7006.

6 Dat bij de toepassing van art. 288 lid 2 onder b Fw ook betekenis kan worden toegekend aan het tijdstip waarop de betrokken schuld is ontstaan, blijkt reeds uit de wetsgeschiedenis; zie Tweede Kamer, vergaderjaar 1992-1993, 22 969, nr. 3, p. 14 en vergaderjaar 1993-1994, nr. 6, p. 20. Naarmate meer tijd na het ontstaan van de schuld is verstreken, heeft de schuldenaar ook meer kans gehad te bewijzen dat hij zich naar behoren kan en wil gedragen. Daarop berust ook de aanbeveling van de Werkgroep Faillissementsrecht van de NVvR (Recofa), dat een verzoeker, die zich heeft schuldig gemaakt aan bijvoorbeeld bijstandsfraude, niettemin tot de schuldsaneringsregeling kan worden toegelaten, indien zekere tijd - als uitgangspunt vijf jaar - na ontdekking van het betrokken feit is verstreken ("Aanbevelingen tot de toepassing van de wet schuldsanering natuurlijke personen", april 1998, par. 3.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46009e951423d32854d511a24e8379e1943cc04f261859638ccc2ad026b95a16, en de alinea staat in dat document op bytes 25084 tot 25997.