Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7331.

Immers, daaronder moet volgens het hof worden verstaan hetgeen in het per 1 februari 2000 in werking getreden artikel 126i Wetboek van Strafvordering in dit verband is vermeld, en wel -voor zover hier van belang- het door een opsporingsambtenaar afnemen van goederen van de verdachte. In het onderhavige geval was er van de zijde van de politie geen enkele bedoeling aanwezig om daadwerkelijk tot aankoop over te gaan. Dit laatste was de politieambtenaren ingevolge de Hazeldonkafspraken ook niet toegestaan. In het proces-verbaal dat de politie in deze zaak heeft opgemaakt is vermeld dat de actie van de politie werd gehouden in het kader van de bestrijding van overlast door zogenaamde drugsrunners en drugstoeristen, terwijl hoofdzakelijk werd gelet op het gedrag van de drugrunners. De activiteiten van de Nederlandse politieambtenaren waren derhalve gericht op de opsporing van overtreding door nog onbekende verdachten van het bepaalde in artikel l0a Opiumwet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59c563c9649a48eccc054795c04097853b6cb2ed2c5c7b4bd13ea391bc57edbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59c563c9649a48eccc054795c04097853b6cb2ed2c5c7b4bd13ea391bc57edbf, en de alinea staat in dat document op bytes 9337 tot 10317.