Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7419.

5.3.12. Daarmee is overigens niet gezegd dat er bij de cliënt niet sprake kan zijn van medeschuld in de zin van art. 6:101 BW. Maar subonderdeel 3.2.5 van het middel miskent dat ook niet. Het subonderdeel refereert aan deze wetsbepaling (al doet het subonderdeel dat vooral om de nadruk te leggen om de door uw Raad 'terecht' genoemde (rechts)opvatting van het Amsterdamse hof dat de zorgplicht van de bank naar zijn aard tot strekking heeft de cliënt te beschermen tegen het gevaar van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht waardoor, zo het gevaar zich verwezenlijkt, fouten van de cliënt die uit die lichtvaardigheid of dat gebrek aan inzicht voortvloeien, in beginsel minder zwaar wegen dan fouten aan de zijde van de bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1566f7e0821214ec00af21851c82907df92fffee5ec47debe403c618e709097. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1566f7e0821214ec00af21851c82907df92fffee5ec47debe403c618e709097, en de alinea staat in dat document op bytes 48954 tot 49703.