Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7419.

3.10. Bij (derde) tussenvonnis van 20 juni 1997 heeft de rechtbank hierover in rov. 2.3, samengevat, overwogen dat de omstandigheid dat de bank mogelijk niet op de hoogte is geweest van de interne EOE-richtlijnen haar niet van haar eventuele aansprakelijkheid jegens [betrokkene 1] kan bevrijden, en dat de door de deskundige (ii) aangegeven mogelijkheid verder deskundigenonderzoek overbodig zou kunnen maken. De rechtbank achtte het noodzakelijk dat partijen zich op dit punt uitlieten. daarbij tevens betrekkend hetgeen door de verschillende getuigen ook op dit punt is verklaard, en dat zij zich voorts uitlieten omtrent de bewijsopdrachten in het eerste tussenvonnis van 23 april 1990 (onder I en II), opdat de rechtbank daarover een eindoordeel kon geven alvorens de noodzaak van voortzetting van het deskundigenbericht te beoordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1566f7e0821214ec00af21851c82907df92fffee5ec47debe403c618e709097. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1566f7e0821214ec00af21851c82907df92fffee5ec47debe403c618e709097, en de alinea staat in dat document op bytes 13367 tot 14221.