Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7512.

2.2 Het eerste onderdeel klaagt dat het hof zijn oordeel dat [eiser] zich (ook persoonlijk) jegens Carned Lease aan een onrechtmatige daad heeft schuldig gemaakt, (mede) heeft doen steunen op de vaststelling in rov. 4.2.4, dat [eiser] het oordeel van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat de inruil van de Volvo met medeweten of instemming van Carned Lease is geschied, niet met grieven heeft bestreden. Het onderdeel verwijt het hof het zogenaamde positieve aspect van de devolutieve werking van het appel te hebben miskend. Bij gegrondbevinding van de derde grief van Carned Lease, waarmee Carned Lease de ontzegging van haar vordering jegens [eiser] bestreed, had het hof de verweren die [eiser] in eerste aanleg had gevoerd en in hoger beroep niet had prijsgegeven, immers zelfstandig in zijn beoordeling moeten betrekken, ook voor zover de rechtbank die verweren terzijde had gelaten of daarop reeds ten nadele van [eiser] had beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af, en de alinea staat in dat document op bytes 14865 tot 15829.