Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7512.

2.3 Ik stel voorop dat het onderdeel terecht als uitgangspunt kiest dat het hof niet heeft onderzocht of de inruil van de Volvo met medeweten of instemming van Carned Lease heeft plaatsgehad en dat [eiser], die in hoger beroep nadrukkelijk heeft volhard bij hetgeen hij in eerste aanleg heeft aangevoerd(17), zijn stellingen dienaangaande niet heeft prijsgegeven. Bij die stand van zaken klaagt het onderdeel terecht, dat het hof de door de rechtbank verworpen verweren van [eiser] bij gebreke van incidentele grieven niet opnieuw heeft onderzocht. [Eiser] behoefde geen incidenteel appel in te stellen, nu de rechtbank de tegen hem gerichte vorderingen had afgewezen. Evenmin behoefde [eiser] incidenteel te appelleren om zeker te stellen dat het hof bij gegrondbevinding van één of meer van de grieven van Carned Lease de eerder door [eiser] gevoerde (en niet prijsgegeven) verweren opnieuw zou beoordelen(18). Dat de appelrechter door de eerste rechter verworpen maar door de geïntimeerde niet prijsgegeven weren binnen het door de grieven ontsloten gebied opnieuw moet beoordelen, is immers vaste rechtspraak sinds HR 15 mei 1925, NJ 1925, p. 731(19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af, en de alinea staat in dat document op bytes 15868 tot 17040.