Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7512.

Zou in rov. 4.2.4 het oordeel besloten liggen dat [eiser] de betrokken stellingen heeft prijsgegeven, dan zou (zoals in het onderdeel terecht wordt aangevoerd) dat oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk zijn. Dat, zoals het hof heeft overwogen, een incidentele grief ook niet kan worden afgeleid uit hetgeen [eiser] bij memorie van antwoord heeft gesteld, impliceert immers niet, althans niet zonder meer, dat [eiser] zich bij memorie van antwoord aan het oordeel van de rechtbank heeft geconformeerd en het eigen, afwijkende standpunt heeft opgegeven. Ook als het hof dit laatste mocht hebben bedoeld, zou het onderdeel derhalve slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af, en de alinea staat in dat document op bytes 17048 tot 17727.