Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7512.

2.6 Met het tweede onderdeel klaagt [eiser] voorts, dat het oordeel in de rov. 4.2.5-4.2.7, afgezien van de aantasting daarvan bij gegrondbevinding van onderdeel 1, onbegrijpelijk is, in het bijzonder in verband met het vertrouwen dat Adplan en [eiser] erin mochten stellen dat Autobedrijf Custers voor een correcte afwikkeling zou zorgdragen. Bij memorie van antwoord (p. 4, in fine) hebben Adplan en [eiser] inderdaad gesproken van de aannemelijkheid "dat Carned Lease via Auto Custers B.V. op de hoogte zou worden gebracht van het feit dat de auto was ingeleverd en dat Carned Lease Adplan B.V. kon factureren voor de restwaarde". Daarbij hebben zij zich er echter niet op beroepen dat zij hebben gehandeld in daarop gebaseerd, gerechtvaardigd vertrouwen. Voorts hebben zij (slechts(20)) verwezen naar een aantekening op de orderbevestiging van 23 januari 1996(21) ("55.000,- -> naar Carned Lease"), waaruit zou blijken dat "Auto Custers B.V. wel degelijk op de hoogte was van het feit dat de f. 55.000,-- naar Carned Lease zou moeten worden overgemaakt". De aantekening op de orderbevestiging, die Adplan niet belette het genoemde bedrag vervolgens aan Auto Custers in rekening te brengen en betaling daarvan op een (privé)rekening van [eiser] te verzoeken (zie daarover rov. 4.17), impliceert echter niet dat Auto Custers enige bemoeienis met de afwikkeling jegens Carned Lease op zich nam, laat staan dat Adplan en [eiser] daarop mochten vertrouwen. Naar ik meen, was het hof in verband met de enkele aantekening op de orderbevestiging dan ook niet gehouden tot een nadere motivering van zijn oordeel dat Adplan en [eiser] zich de Volvo wederrechtelijk hebben toegeëigend en dat zij zich deswege aan een onrechtmatige daad jegens Carned Lease hebben schuldig gemaakt. Daarbij laat ik nog in het midden, of en in hoeverre bemoeienis van Auto Custers zoals door Adplan en [eiser] bedoeld, aan de aan hen verweten wederrechtelijke toeëigening had kunnen afdoen. In zoverre kan het onderdeel niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd778700ac3c5da6209028912fd21bece35d384942f3894cf5490cad7e0ab7af, en de alinea staat in dat document op bytes 19256 tot 21298.