Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7513.
5) Bij tussenarrest van 6 november 1997(2) heeft het Gerechtshof te Amsterdam aan de hand van een aantal passages uit de parlementaire geschiedenis van art. 1:88 lid 4 geoordeeld, dat het voor de toepassing van deze bepaling geen verschil moet maken of de echtgenoot, die zich ten behoeve van 'zijn' B.V. borg stelt, 'direct' bestuurder-aandeelhouder van die vennootschap is dan wel slechts 'indirect' via een holding waarin hij (zoals hier het geval is) alle aandelen houdt. Naar het oordeel van het hof wordt door deze uitleg van lid 4 ook niet op onaanvaardbare wijze afbreuk gedaan aan de bescherming van de andere echtgenoot; volgens het hof gaat het namelijk om materieel dezelfde soort gevallen als waarvoor de wetgever in lid 4 oordeelde dat het toestemmingsvereiste niet op zijn plaats is (r.o. 4.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a, en de alinea staat in dat document op bytes 9376 tot 10199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a | shasum -a 256