Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7513.

Daarentegen wordt toepassing van de uitzonderingsbepaling van lid 4 bij 'indirect' bestuurder- en aandeelhouderschap verdedigd door de volgende schrijvers: Kleijn in zijn noot onder HR 22 september 1995, NJ 1996, 521, zij het voorzichtig; C.A. Kraan, Het huwelijksvermogensrecht (1998), p. 234-235; C.J. Groffen in zijn noot onder JOR 1998, 95; Van Mourik, in Concernverhoudingen 2002, p. 76 en C.J.M. Klaassen, in Onderneming en 10 jaar Nieuw Burgerlijk Recht 2002, p. 679. Vgl. voor rechtspraak naast het onderhavige arrest van het hof: Rb. Zwolle 27 januari 1993, Prg. 1993, 3853 (vereenzelviging bestuurder-aandeelhouder met houdstermaatschappij aangenomen naar oud recht).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a, en de alinea staat in dat document op bytes 13973 tot 14664.