Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7513.
De aangehaalde verdeeldheid is terug te voeren op een verschillende interpretatie van de parlementaire stukken, waarin de wetgever weliswaar heeft aangegeven wat hem met de invoering van lid 4 voor ogen stond, maar waarin de situatie van indirect aandeelhouderschap en bestuur niet expliciet wordt besproken. Voorts valt op dat de uitleg van de wetsgeschiedenis door de tegenstanders van toepasselijkheid van lid 4 in situaties waarin de aandelen gehouden worden en het bestuur gevoerd wordt via een houdstermaatschappij, sterk gekleurd is door hun principiële bezwaren tegen invoering van het vierde lid als zodanig. Die kritiek ziet hetzij op het beginsel van lid 4 zelf (de uitzondering op de gezinsbescherming), hetzij het feit dat die uitzondering reeds geldt indien een bestuurder (weliswaar met zijn medebestuurders tezamen de meerderheid der aandelen heeft, maar) zelf slechts een enkel aandeel bezit. Vgl. - met nadere literatuurverwijzingen - de conclusie voor HR 14 april 2000, NJ 2000, 689.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a, en de alinea staat in dat document op bytes 14672 tot 15689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a | shasum -a 256