Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7513.

Deze opvatting past ook bij art. 7:857, dat de Hoge Raad in zijn arrest van 14 april 2000, NJ 2000, 698 m.nt. WMK uitdrukkelijk in verband met art. 1:88 lid 4 aanhaalt. In die bepaling wordt in het voetspoor van art. 1:88 lid 4 tot de te beschermen (op één lijn met consumenten te stellen) borgen niet gerekend hij die een borgtocht aangaat ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan hij bestuurder is en alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid der aandelen heeft. Het ligt voor de hand om met deze borg-bestuurder gelijk te stellen de persoon die, zoals in casu, de zeggenschap uitoefent via een houdstermaatschappij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2647fcf8e15e92d405d8e770a89f1beb7562becaadd2c5554381f680963bb6a, en de alinea staat in dat document op bytes 22855 tot 23605.