Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7528.

'Vooropgesteld dient te worden dat een conservatoir beslag als het onderhavige de strekking heeft om in een executoriale fase te komen nadat door de geadieerde rechter een veroordelend vonnis is uitgesproken. Alsdan gaat dit beslag over in de executoriale fase, waaruit voortvloeit dat de gedane woonplaatskeuze in het beslagrekest, en in het beslagexploit, de woonplaatskeuze wordt waarop art. 438a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) doelt. Hieruit vloeit voort dat zo al niet rechtstreeks dan toch analoog aan de regeling ex. art. 438a Rv een dagvaarding in het geding tot opheffing van het beslag aan de gekozen woonplaats in het beslagrekest kan worden betekend. Bij een en ander komt dat het in casu gaat om een buitenlandse persoon die beslag had gelegd en die thans in rechte wordt betrokken. Andersluidende uitleg van de betreffende wetsbepalingen zou medebrengen dat zonder noodzaak omslachtige betekeningswijzen gekozen moeten worden, die vertraging van het geding opleveren, terwijl de aard van de procedure tot opheffing van conservatoire beslagen intrinsiek spoedeisend is. (vgl. Pres. Rb. Zwolle 17 oktober 1996/KG 1996, 353).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc35e3e54f82383d114c1a0e9e25f52601b68766a8c3a5def827b85a396dffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc35e3e54f82383d114c1a0e9e25f52601b68766a8c3a5def827b85a396dffe, en de alinea staat in dat document op bytes 29600 tot 30764.