Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7535.

In rov. 4.3 oordeelde het hof, samengevat, dat doordat Frog heeft aangegeven dat bewijslevering door middel van het horen van getuigen nodig is voor het vaststellen van haar tegenvordering, reeds vaststaat dat niet is voldaan aan het vereiste van processuele liquiditeit. Het hof verwierp ook Frogs grief tegen de door de rechtbank aangenomen materiële illiquiditeit. Naar 's hofs oordeel bestaat er tussen partijen verschil van mening over of door Alco boetes verbeurd zijn op grond van te late levering en of Alco al dan niet tekort is geschoten, en staat daarmee de verschuldigdheid van de boetes en de overige door Frog genoemde schadeposten allerminst vast (rov. 4.11). Een en ander zou slechts door bewijslevering eventueel kunnen komen vast te staan (rov. 4.13). Het hof overwoog voorts dat nu Frog geen reconventionele vordering had ingesteld, en nu aan verrekening als verweer zeer strikte eisen worden gesteld, er geen ruimte aanwezig was voor een eventuele bewijsopdracht (rov. 4.12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862, en de alinea staat in dat document op bytes 10730 tot 11740.