Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7535.
Artikel 6:130 BW breidt de bevoegdheid tot verrekening, zoals neergelegd in art. 6:127 BW, uit indien er sprake is van een vordering die is overgegaan onder bijzondere titel. Deze bevoegdheid wordt niet aangetast door art. 6:136 BW. Het gaat in art. 6:136 BW evenwel over de mogelijkheid een beroep op verrekening te passeren als de gegrondheid van een verrekeningsverweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Het betreft hier de zgn. liquiditeit van het verrekeningsverweer: (1) de gegrondheid van het verweer moet op eenvoudige wijze vast te stellen zijn (processueel liquide), en (2) de vordering moet overigens voor toewijzing vatbaar zijn (materieel liquide). Voor de toepassing van art. 6:136 is het, althans in uitgangspunt(2), onverschillig of de rechter te maken heeft met een vordering tussen de oorspronkelijke crediteur en de oorspronkelijke debiteur, dan wel met een nieuwe crediteur als bedoeld in art. 6:130, ook al spruit die voort uit dezelfde rechtsverhouding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862, en de alinea staat in dat document op bytes 14829 tot 15829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862 | shasum -a 256