Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7535.
4.6. Zoals bij behandeling van onderdeel 1 al aan de orde kwam, moet de rechter bij toepassing van art. 6:136 BW beoordelen of de gegrondheid van het verrekeningsverweer al dan niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Vanzelfsprekend dienen de daarbij relevante omstandigheden te worden meegewogen. Nu dringen zich, in het licht van art. 6:136 als relevante omstandigheden op: omstandigheden die (nu juist) bepalend zijn voor de (al dan niet) 'eenvoudige wijze van vaststelling', en het hof heef onmiskenbaar daarop het oog gehad. Ik voeg hieraan toe dat de vaststelling van de relevante omstandigheden en de weging daarvan een zodanig met waarderingen van feitelijke aard verweven aangelegenheid is, dat deze zich - onverminderd gegronde, maar in het kader van onderdeel 2 niet aanwezige motiveringsbezwaren - goeddeels aan beoordeling in cassatie onttrekt.(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862, en de alinea staat in dat document op bytes 16881 tot 17760.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862 | shasum -a 256