Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7535.

4.16. Zoals reeds opgemerkt, heeft de wetgever, hoewel hij die mogelijkheid klaarblijkelijk onder ogen heeft gezien, er toch niet voor gekozen om de aanwezigheid van tegenvordering die 'voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding' tot een doorslaggevend wettelijk criterium te verheffen, en om de debitor cessus met zulk een tegenvordering jegens de cessionaris, een even fortuinlijke positie toe te kennen als de verrekeningsbevoegde debiteur op grond van art. 53 Fw tegenover de faillissementscurator heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862, en de alinea staat in dat document op bytes 28552 tot 29073.