Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7535.
4.18. Ik sta tenslotte nog stil bij de vinger die onderdeel 3 legt op de mogelijkheid dat het hof, door in rov. 4.12 te overwegen dat Frog geen reconventionele vordering tegen [verweerster] heeft ingesteld en dat er (mede) daarom geen ruimte is voor een bewijsopdracht, gemeend zou hebben dat Frog een reconventionele vordering tegen [verweerster] had kúnnen c.q. moeten instellen. Onderdeel 3 betoogt nog (tussen haakjes) dat indien het hof in rov. 4.12 daarvan zou zijn uitgegaan, zijn beslissing reeds op die grond onjuist, althans onbegrijpelijk zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862, en de alinea staat in dat document op bytes 31616 tot 32189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0b7a3fbbefaa70b569243ed89628ea9dcb91935f263c0d20a044f12d8da1862 | shasum -a 256