Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7537.

2.2 Art. 263 lid 1 Rv. oud bepaalt, voorzover thans van belang, dat indien in de loop van een geding een procureur in naam van diens formele procespartij erkenningen heeft gedaan zonder dat die procespartij daartoe een bijzondere en bepaalde schriftelijke volmacht heeft gegeven, deze partij die "verrichtingen" in het gerecht kan ontkennen en bij een eenvoudige akte, betekend zowel aan de procureur van de wederpartij als aan de procureur wiens daden zijn ontkend, de rechter kan verzoeken dat deze daden worden beschouwd als niet-gepleegd en dat alle daaruit voortgevloeide "akten van den processe" en vonnissen "van onwaarde" worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6b05b1ce8baefa926753b976479bf1b89f782ab509e72c12afdd45b1ed57a0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6b05b1ce8baefa926753b976479bf1b89f782ab509e72c12afdd45b1ed57a0a, en de alinea staat in dat document op bytes 14988 tot 15649.