Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7537.
Ter toelichting wordt betoogd dat het hof heeft miskend dat een goede procesorde in beginsel voor het gebruik maken van desaveu geen andere beperkingen meebrengt dan in art. 263 e.v. Rv oud zijn vervat (onderdeel I.1). Daarnaast wordt betoogd dat noch de wet noch de goede procesorde vereist dat een desaveu-vordering, op straffe van verval van de bevoegdheid daartoe, steeds "met bekwame spoed" na het door de betreffende partij bekend worden met een door haar procureur onbevoegdelijk verrichte erkenning moet worden ingesteld. Dit geldt volgens onderdeel I.2 in een geval als het onderhavige waarin de partij bij de eerste gelegenheid waarbij zij deze (veronderstelde) bekendheid heeft verworven en als getuige in persoon optreedt, op voor de wederpartij en de rechter ondubbelzinnige wijze afstand neemt van de erkenning door haar procureur, en dat bovendien in de daarop volgende conclusie nader doet toelichten met daaraan verbonden het uitdrukkelijke en gemotiveerde verzoek om het geschil op basis van haar eigen "nieuwe" stellingen af te handelen en zij vervolgens na de einduitspraak alsnog "met bekwame spoed" - 1,5 maand - van de desaveu gebruik maakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6b05b1ce8baefa926753b976479bf1b89f782ab509e72c12afdd45b1ed57a0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6b05b1ce8baefa926753b976479bf1b89f782ab509e72c12afdd45b1ed57a0a, en de alinea staat in dat document op bytes 30115 tot 31292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6b05b1ce8baefa926753b976479bf1b89f782ab509e72c12afdd45b1ed57a0a | shasum -a 256