Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7538.

13. Met betrekking tot de vraag of het geschil aan arbitrage is onderworpen, stelde het Gemeenschappelijk Hof voorop dat in het cognossement meermalen gewag wordt gemaakt van het bestaan van een charter-partij. Niet alleen wordt die charter-partij genoemd in verband met de voorwaarden waaronder het vervoer plaatsvindt maar ook wordt aan die charter-partij gerefereerd waar het betreft de betaling van vracht. Het cognossement vermeldt immers als clause: "freight payable as per charter party". Uit met name deze laatste vermelding moet naar het oordeel van het Hof worden afgeleid dat verwijzing in het cognossement naar de arbitrage-clausule niet ziet op de door WCS genoemde desbetreffende clausules in de Time Charter Party, doch verwijst naar een in de overeenkomst van reisbevrachting opgenomen arbitrageclausule, waarvan de inhoud evenwel onzeker is, nu die charter-partij niet in het geding is gebracht (r.o. 5.9). De vraag is derhalve of het beroep van WCS op die clausule, ondanks het feit dat zij onbekend is met de inhoud daarvan, slaagt (r.o. 5.10). Het Hof heeft deze vraag in bevestigende zin beantwoord en heeft daartoe overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69eb1ea7b92be885c3c9b2f72c30091ef58f266452e52b3411ddb631e0621ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69eb1ea7b92be885c3c9b2f72c30091ef58f266452e52b3411ddb631e0621ec, en de alinea staat in dat document op bytes 15258 tot 16418.