Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7539.
De vordering uit ongerechtvaardigde verrijking achtte het GEAA evenmin toewijsbaar, omdat ervan moet worden uitgegaan dat de woning deel uitmaakt van de nalatenschap van de ouders van [eiser], zodat [verweerster] voor de gestelde ongerechtvaardigde verrijking de boedel dient aan te spreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068, en de alinea staat in dat document op bytes 10405 tot 10710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068 | shasum -a 256