Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7539.

2.9 Aan de verwerping van het beroep op compensatie ligt kennelijk het oordeel ten grondslag dat de beweerde (huur)vordering van [eiser] in verband met de betwisting door [verweerster] processueel niet liquide is. Alhoewel voor het verijdelen van een beroep op verrekening een eenvoudige ontkenning van de tegenvordering niet volstaat, kan geen scherpe grens worden getrokken tussen schulden die wèl en die niet voor dadelijke vereffening vatbaar zijn; het oordeel daarover is van feitelijke aard(12). Tegen die achtergrond is het oordeel van het Hof "dat in deze procedure van een tegenvordering van [eiser] op [verweerster] onvoldoende is gebleken" niet onbegrijpelijk. Zowel in het geval dat de stellingen van [verweerster] aldus zouden moeten worden verstaan dat [verweerster] slechts een huurachterstand betwistte, als in het geval dat zij überhaupt een tussen partijen bestaande huurverhouding zou hebben ontkend(13), kon het Hof van een noodzaak van bewijslevering, mogelijk door getuigen, uitgaan en de vordering van [eiser] processueel niet liquide achten. Anders dan [eiser] blijkens het slot van het onderdeel wellicht voor ogen staat, zou daaraan niet afdoen dat de bewijslast ter zake eventueel op [verweerster] zou rusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068, en de alinea staat in dat document op bytes 21084 tot 22335.