Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7539.
2.11 [Verweerster] heeft haar vordering met betrekking tot de kosten van de door haar aan de woning verrichte werkzaamheden (de meer subsidiaire vordering) slechts op ongerechtvaardigde verrijking gebaseerd. De keuze voor deze rechtsgrond was kennelijk een bewuste. [Verweerster] heeft zich immers mede van haar aanspraken op grond van een mogelijk door [eiser] gepleegde wanprestatie rekenschap gegeven, maar slechts de vordering tot terugbetaling van haar aanbetaling en die tot schadevergoeding in verband met de "onnodige" geldlening (de subsidiaire vordering van [verweerster]) op contractuele aansprakelijkheid van [eiser] gebaseerd(14). Geheel in overeenstemming met de wijze waarop zij haar vorderingen heeft ingericht, heeft [verweerster] in de feitelijke instanties niets over een causaal verband tussen de betrokken kosten en de beweerde tekortkoming van [eiser] in de nakoming van een tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst gesteld (15). Zodanig verband, dat géén onderdeel vormt van de grondslag voor de vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking, heeft in de feitelijke instanties dan ook geen onderwerp van debat gevormd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068, en de alinea staat in dat document op bytes 22764 tot 23939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068 | shasum -a 256