Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7539.

2.13 Voor zover het onderdeel naast onderdeel III.a) nog bespreking behoeft, teken ik aan dat het in de feitelijke instanties gevoerde debat zo weinig inzicht biedt in de factoren die bepalen of de betrokken schade als gevolg van diens eventuele tekortkoming aan [eiser] kan worden toegerekend, dat het kennelijke oordeel van het Hof dat dit laatste het geval is, zonder nadere motivering, die ontbreekt, inderdaad onbegrijpelijk is. Zo staat het geenszins vast wat de aard van de betrokken werkzaamheden was(17), met welke bedoeling [verweerster] die werkzaamheden heeft laten verrichten(18), of en in hoeverre die werkzaamheden in een blijvende (en als gevolg van de gebeurtenissen niet aan [verweerster] toegevallen) waardevermeerdering hebben geresulteerd en of en in hoeverre die werkzaamheden verband hielden met het lopende gebruik van de woning door [verweerster] (volgens [eiser]: als huurster), in welk kader zelfs nog van belang zou kunnen zijn waarom dat gebruik (volgens [eiser]: in 1996) een einde heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068, en de alinea staat in dat document op bytes 26391 tot 27431.