Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7539.
2.14 In onderdeel III.c) betoogt [eiser] dat het Hof de vordering van [verweerster] tot vergoeding van de verbouwingskosten in het licht van de in onderdeel III.b) opgesomde omstandigheden in strijd had moeten oordelen met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Als de klacht nog aan de orde komt, is het van belang dat [eiser] in de feitelijke instanties niet het standpunt heeft ingenomen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat [verweerster] alsnog vergoeding van de verbouwingskosten vordert. Al om die reden behoefde het Hof niet op een mogelijke rechtsverwerking in te gaan, óók niet nu het Hof de betrokken vordering heeft toegewezen op een andere rechtsgrond dan [verweerster] daaraan ten grondslag had gelegd. De klacht kan daarom niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068, en de alinea staat in dat document op bytes 27451 tot 28279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0245994594ca9ad3dc44531d6c2e3bf426efa76a5c51264e3d4419b72d3c5068 | shasum -a 256