Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7541.

1. In dit geding waarin het in cassatie nog slechts gaat om de verdeling van de - door echtscheiding - ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen (verder ook: de man en de vrouw), heeft de man zich op het standpunt gesteld dat bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wordt afgeweken van de regel dat de gemeenschap bij helfte moet worden verdeeld indien niet anders is bepaald bij huwelijkse voorwaarden of bij schriftelijk gesloten echtscheidingsconvenant. Hij heeft daartoe aangevoerd dat partijen het erover eens waren dat na de huwelijkssluiting huwelijkse voorwaarden moesten worden opgemaakt doch dat de vrouw staande huwelijk heeft geweigerd haar medewerking te verlenen aan het opstellen van huwelijkse voorwaarden; hij heeft voorts een beroep gedaan op de omvang van het door hem ten huwelijk aangebrachte vermogen. Het Hof heeft het oordeel van de Rechtbank onderschreven dat het betoog van de man moet worden verworpen. Daartegen keert zich het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df237ab50f461deb67bc2b3e6830d0acd53bb84dc5e1432d7987427d998790e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df237ab50f461deb67bc2b3e6830d0acd53bb84dc5e1432d7987427d998790e, en de alinea staat in dat document op bytes 4985 tot 6023.