Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7541.
Ten eerste wordt - onder 2.1-2.6 - betoogd dat veronderstellenderwijs ervan moet worden uitgegaan dat tussen de vrouw en de man overeenstemming bestond over het maken van (enige vorm van) huwelijkse voorwaarden nu het Hof de juistheid van de stelling van de man dat op dat punt overeenstemming bestond, in het midden heeft gelaten. Betoogd wordt vervolgens dat deze overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst tot het aangaan van huwelijkse voorwaarden en dat deze voorovereenkomst niettegenstaande het feit dat door art. 1:115 lid 1 BW voor het aangaan van een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden de vorm van een notariële akte is voorgeschreven, als rechtsgeldig moet worden aangemerkt nu uit "de wetsgeschiedenis" alsook uit oudere literatuur blijkt dat het vormvereiste van een notariële akte is gebaseerd op de bewijsrechtelijke betekenis van die akte en niet op de bescherming van de belangen van één of beide (aanstaande) echtgenoten. Nu partijen het erover eens waren dat er huwelijkse voorwaarden moesten komen, dient - aldus het middel - de aanspraak van de vrouw op de helft van de ontbonden gemeenschap naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te worden beperkt tot de omvang die correspondeert met de beperkte gemeenschap die partijen voornemens waren aan te gaan; in dat verband verwijst het middel naar par. 15 van het appelschrift waarin wordt gesteld dat mr. Bunjes heeft verklaard dat een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen met een beperkte gemeenschap van echtelijke woning en inboedel door partijen is overwogen. Dit betoog mondt uit in de klacht - onder 2.6 - dat het oordeel van het Hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting voorzover het Hof dat oordeel heeft gebaseerd op de gedachte dat een overeenkomst tot het aangaan van huwelijkse voorwaarden rechtsgeldigheid ontbeert dan wel het Hof heeft geoordeeld dat aan een dergelijke overeenkomst, hoewel rechtsgeldig, geen rechtens afdwingbare afspraken kunnen worden ontleend, ook niet in de vorm van een conform de in de voorovereenkomst gemaakte afspraken verdeling van de gemeenschap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df237ab50f461deb67bc2b3e6830d0acd53bb84dc5e1432d7987427d998790e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df237ab50f461deb67bc2b3e6830d0acd53bb84dc5e1432d7987427d998790e, en de alinea staat in dat document op bytes 12344 tot 14468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0df237ab50f461deb67bc2b3e6830d0acd53bb84dc5e1432d7987427d998790e | shasum -a 256