Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7542.

2.11 Het bestreden arrest biedt geen enkele grond aan de (rechts)klacht dat het hof zou hebben miskend dat de procedure van tussentijdse beëindiging in het onderhavige geval niet aan de orde is. Evenmin is er enige grond voor de veronderstelling dat het hof rechtstreeks aan de negatieve gronden art. 350 lid 3 onder c tot en met e Fw heeft getoetst; het hof heeft in het kader van de procedure van art. 352 lid 1 Fw (de "gewone" beëindiging) slechts toepassing gegeven aan het in art. 354 lid 1 vervatte criterium van een aan de schuldenaar toerekenbare tekortkoming in de nakoming van uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe6f61336700b3aaaf4c057a95eba71770e83053c71aec7922c06252cb50c25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe6f61336700b3aaaf4c057a95eba71770e83053c71aec7922c06252cb50c25, en de alinea staat in dat document op bytes 23448 tot 24163.