Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7557.
3.12. Het voorgaande voert mij tot de opvatting dat voor de toepassing van een verdragsbepaling overeenkomend met artikel 13 van het OESO-modelverdrag moet worden aangenomen, dat de artikelen 20a, lid 6, Wet IB 1964, 25, lid 6, en 26, lid 2, Invorderingswet 1990 voorzien in een belastingheffing ter zake van voordelen die door een inwoner van de andere verdragsstaat zijn verkregen uit de vervreemding van roerende zaken (aanmerkelijk-belangaandelen). In deze gedachtegang vindt de 'heffing' van de belasting waarop de verdragsbepaling het oog heeft niet plaats bij het opleggen van de conserverende aanslag, doch bij het beëindigen van het uitstel van betaling. De consequentie hiervan is dat de beoordeling of de exitheffing in strijd komt met een belastingverdrag waarin Nederland partij is, dient te geschieden naar het tijdstip waarop de aandelen daadwerkelijk zijn vervreemd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939, en de alinea staat in dat document op bytes 36056 tot 36953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939 | shasum -a 256