Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 130 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7557.

4.3. Indien aan het bepaalde in artikel 20a, lid 1, onderdeel b, en lid 6, onderdeel i, Wet IB 1964 zelfstandige betekenis moet worden toegekend, derhalve zonder acht te slaan op het bepaalde in de artikelen 25, lid 6, en 26, lid 2, Invorderingswet 1990 en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften, vormt het fictieve vervreemdingsvoordeel een inkomensbestanddeel dat belanghebbende geacht wordt te hebben genoten op een moment dat hij nog inwoner van Nederland was. Alsdan staat geen enkele bepaling van de Belastingregeling voor het Koninkrijk eraan in de weg dat Nederland het fictieve vervreemdingsvoordeel tot het belastbare inkomen van belanghebbende rekent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939, en de alinea staat in dat document op bytes 40480 tot 41163.