Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7557.
4.20. Het fictieve vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang bedoeld in artikel 20a, lid 6, onderdeel i, Wet IB 1964 maakte volgens de bewoordingen en het stelsel van de Wet IB 1964 deel uit van het 'onzuivere inkomen' bedoeld in artikel 4 Wet IB 1964 en van het 'inkomen' bedoeld in artikel 3, lid 3, Wet IB 1964. Ingevolge artikel 3, lid 2, Wet IB 1964 werden de verrekenbare verliezen uit andere jaren op het 'inkomen' in mindering gebracht. Het logische gevolg hiervan was dat in sommige gevallen verliezen dienden te worden verrekend met het fictieve vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang ex artikel 20a, lid 6, onderdeel i, Wet IB 1964.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939, en de alinea staat in dat document op bytes 49438 tot 50105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939 | shasum -a 256